Happy Monster: Sailing Around the WorldHappy Monster Logo
Happy Monster: Sailing Around the World
4 september 2010

Voor de tweede keer in Fiji

Dravuni

Veertien dagen hebben we er over gedaan om van Nieuw Zeeland naar Fiji te zeilen en nu liggen we voor anker bij de Suva Royal Yacht Club. De jachtclub serveert een lekkere Fiji Bitter uit de tap en langzaam wennen onze zeebenen weer aan het land. We gaan regelmatig de stad in om te emailen, allerlei inkopen te doen en goedkoop maar toch lekker te eten. Hier kunnen we ook de windvaan laten repareren. Maar na twee weken begint het toch weer te kriebelen. We willen natuurlijk meer van Fiji zien. We kopen verse groenten en kava, de bosjes wortels die je kado geeft als je op een eiland aankomt. Het Great Astrolabe Reef met onder andere het eiland Dravuni is ons doel.

We zeilen een hele dag en komen na een wilde tocht aan op Dravuni. Elektriciteit is een zeldzaamheid op zulke kleine eilanden en we zijn dan ook verbaasd over de blauwe lampjes op de luxe drijvende steiger. De volgende dag aan we aan land en wordt het mysterie opgelost: hier op dit kleine eiland met ongeveer 200 inwoners komt eens in de zes weken een cruiseschip. Het eiland wordt dan overstroomd met 1000 tot 2000 toeristen. De drijvende steiger zorgt ervoor dat de toeristen geen natte voeten krijgen. De blauwe lampjes branden op zonne-energie. Moses, Sitere, Dory en MaryDe inwoners bieden gekoelde drankjes en voedsel aan dat ze van te voren in Suva hebben gekocht. Onder houten dakjes hangen bordjes met “Massage 20 minutes, 10 dollar”. Op de vraag wie dan de masseur is klinkt het antwoord “Oh, dat kunnen we allemaal”. Waarschijnlijk is er geen speciale opleiding voor nodig.

We ontmoeten Sitere en haar man Moses. Zij is de hoofdonderwijzer op de school die uit twee klassen bestaat. We geven ze een opblaasbare globe en leggen uit waar we vandaan komen. Hans zingt een liedje in beide klassen en de kinderen dansen en zingen voor ons. Ze zingen erg luid maar wel erg goed.

Op zondag gaan we met Moses en Sitere naar de kerk. We worden er suf geprikt door de muggen maar de gelovige gemeente zingt prachtig, meerstemmig en zonder orgel. Na de dienst nodigt Sitere ons uit voor een lunch, een traditionele maaltijd met vis, kasave en zeewier dat een beetje als kaviaar smaakt. Het geheel wordt overgoten met een beetje kokosmelk. Het smaakt heerlijk.

Nadat we Moses beloven om zijn ouders te bezoeken op Nairai vertrekken we naar Suva waar we onze gasfles vullen, benzine en groente inkopen, e-mailen en na een week weer vertrekken, maar nu naar het noorden.

Nairai

Het is laat in de avond, aardedonker want er is geen maan en achter ons, in de verte komen lichtjes langzaam dichterbij, steeds dichterbij, en nog dichterbij. We roepen over de marifoon en het schip is de “Sophie”, een passagiersschip dat een regelmatige dienst onderhoudt tussen de eilanden van Fiji. Ze hebben ons gezien en wijzigen hun koers een beetje zodat we ons geen zorgen meer hoeven maken en we zetten onze nachtelijke tocht richting Nairai voort. Het is allang licht als we aankomen bij een dorpje waar we moeite hebben om een geschikte ankerplek te vinden. We kunnen niet beschut tegen de wind ver in de baai en dicht bij het dorp ankeren want het is daar te diep, verder naar buiten is een geschikte zandbank waar we alsnog het anker laten vallen. Het schommelt als een gek en net als op zee kunnen we geen kopje laten staan. In de loop van de dag komen Gail en David met hun catamaran “Fifth Season” aan en de volgende dag doen we sevusevu in het dorp, een traditie waarbij zeilers kava aanbieden aan het hoofd van het dorp. Hiermee vraag je om toestemming om aan land te gaan.

Nu moeten we natuurlijk de ouders van Mozes bezoeken, die wonen in een dorp om de hoek, waar geen geschikte ankerplek voor Happy Monster is. Gelukkig hebben Gail en David een grote dinghy met een snelle motor en die nemen ons mee. De ouders van MosesOp de heenweg gaan we buiten alle riffen om en het is een lange natte tocht, maar we vinden het dorp en kunnen de ouders van Moses een foto van hun zoon geven. Moeder is zichtbaar blij met de foto en staart er gedurende ons bezoek langdurig naar. We maken een foto van het echtpaar waarvan we later een ansichtkaar maken om die terug te sturen naar Dravuni. Op de terugtocht is het water door de vloed gestegen en we nemen een kortere weg terug. Helaas, het water is niet hoog genoeg en halverwege moeten we uitstappen om de zware dinghy achter ons aan te slepen. We waden door het lage water, onze voeten soms diep in de blubber waarbij Dory bijna een schoen verliest. Maar het weer is prachtig, de zon schijnt en een kwartiertje later is het weer diep genoeg om zonder problemen verder te varen.

Gail en David vertrekken een paar dagen later richting Suva maar wij blijven nog een tijdje. We varen met ons “Minimonster” naar een klein onbewoond eilandje waar we de hele dag onder een paar palmbomen liggen. Boekje lezen, kokosnoten drinken, snacks eten, ach,... wat hebben we toch een zwaar leven. Het krioelt er van de krabjes die schelpjes gebruiken als huisje, ze zijn dol op appelschillen en het vruchtvlees van kokosnoten. Maar dan komt de dag dat de wind gunstig uit zuidelijke richting waait en het is tijd om naar het eiland Taveuni te varen.

Taveuni en Rabi

Van Nairai naar Taveuni is het te ver om nog bij daglicht aan te komen dus ook nu moeten we weer 's nachts varen. Als we op onze bestemming aankomen, helemaal bij het meest noordelijke puntje van het eiland, vinden we geen andere zeilboten en zoeken we zelf naar het juiste plekje om ons anker te laten vallen. Dat blijkt niet al te moeilijk te zijn en uiteindelijk liggen we prachtig, vlak bij een toeristisch plekje en redelijk uit de wind, in ieder geval schommelen we veel minder dan bij Nairai. Drie maanden geleden kwam hier de orkaan Thomas over en de schade is nog goed te zien.

Hier en daar liggen bomen plat en op sommige plekken zijn huizen volledig weggevaagd. Er wordt ons verteld dat na de storm alle bladeren van de bomen waren verdwenen en het is ongelooflijk dat na een paar maanden alles al weer zo groen is. Helaas laat de oogst nog even op zich wachten, groente en fruit zal op z'n vroegst weer over drie maanden verkrijgbaar zijn.

We liggen hier inmiddels niet meer alleen want George en Cathy met hun boot “Kalalau” zijn naast ons komen liggen. We besluiten om met z'n vieren de Bouma watervallen te bezoeken. Die dag waait het behoorlijk en na een hachelijke tocht in de dinghy met veel De Bouma watervallentegenwind en regen komen we aan wal en wachten op de bus. Een slimme taxichauffeur die ons voor één dollar meer dan het bustarief meeneemt, rijdt eerst nog even op en neer om nog meer toeristen, die op de bus wachten, op te pikken. Na een snelle en redelijk comfortabele rit komen we aan bij het park met de watervallen. We maken een stevige wandeling naar boven en zien twee van de drie watervallen.

De derde zou overigens niet zo spectaculair zijn dus we hebben vast niks gemist. Omdat het weer nogal tegenvalt blijft de zwemkleding in de tas en na ongeveer twee uur wandelen zijn we weer bij de ingang van het park. We nemen de bus terug richting onze boten.

Nadat we nog een dag het stadje Somosomo hebben bezocht wordt het tijd om weer eens verder te varen. We willen naar het eiland Rabi (spreek het uit als Rambi) omdat daar mensen wonen die oorspronkelijk van Banaba Island in Kiribati afkomstig zijn. Tijdens de tweede wereldoorlog is Banaba Island vernield en de bevolking is tijdelijk overgebracht naar Rabi. Daar hadden ze het wel naar hun zin en zijn ze niet meer vertrokken. We ankeren in een enorme baai omringt door mangroven en voor het eerst liggen we in doodstil water. De mensen zijn hier afstandelijker en het busritje dat we willen maken lukt niet omdat iedereen een andere tijd aangeeft wanneer de bus komt. Wel varen we met ons “Minimonster” door smalle kanaaltjes tussen de mangroven totdat meestal bij een huis uitkomen en niet verder kunnen. We blijven er maar een paar dagen en met de juiste wind vertrekken we weer zuidwaarts, richting Savusavu. Als tussenstop gaan we naar Viani Bay.

Viani Bay

Met totale windstilte tuffen we rustig op de motor Viani Bay binnen. Een enorme baai met volgens de kaart wat mogelijkheden om te ankeren. We laten het anker zakken vlak bij een catamaran, maar helaas horen we al snel de ketting over het koraal schuren. Dat willen we niet dus halen we het anker weer op en proberen het een stukje verderop. Ondanks dat de bodem Het licht van de ochtendzon op de heuvels bij Viani Bayhier meer uit zand lijkt te bestaan horen we weer veel koraal langs de ketting schuren. Onze laatste poging is precies op de plek waar op de kaart een ankertje is afgebeeld maar ook hier hebben we geen geluk, sterker nog, Hans krijgt het anker niet meer omhoog. Wat we ook proberen, het zit muurvast. Het water hier is tien meter diep, te ver om zonder duikuitrusting naar toe te duiken. We voelden ons al schuldig omdat we met de ankerketting langs koraal schuurden, nu worden we er blijkbaar voor gestraft. Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij in de vorm van de “Pacific Rose”, een zeilboot die net terug komt van een dagje duiken. Alle duikspullen liggen nog aan dek! Brian, een aardige Nieuw Zeelander hijst zichzelf weer in zijn duikuitrusting en binnen dertig seconden was ons anker bevrijd. Brian heeft zijn “Pacific Rose” aan een mooring hangen en biedt ons een andere mooring aan. Dat is mooi, alleen maar vastknopen met een lijn en even geen gezeur met het anker.

De moorings zijn eigendom van Jack Fischer, die ons de volgende dag met Happy Monster meeneemt naar het prachtigste snorkelplekje dat we in Fiji hebben gezien. Het is een prachtige zonnige dag en het koraal glinstert in de zon.

De volgende dag wandelen we een stuk en belanden in Korondongo, een dorpje waar Solo met zijn vrouw, vijf kinderen, twee geestelijk gehandicapte nichtjes en een kleinkind wonen. Ze zijn bijzonder gastvrij en vertellen over hoe zij de orkaan hebben beleefd. Dory met het kleinkind van SoloHet kleinkind was net geboren toen ze twee dagen lang plat op de grond hebben gelegen om het einde van de orkaan af te wachten. Solo had een bijl naast zich om een gat in de vloer te hakken zodat ze onder het op palen gebouwde huis konden schuilen indien het dak eraf zou waaien. Gelukkig was dat niet nodig geweest en omdat het dorp in een dal ligt hebben ze veel van hun oogst behouden. Bij ons vertrek terug naar de boot werden we beladen met allerlei groenten en drukten ze ons op het hart dat we ten alle tijden welkom waren. We hebben deze prachtige familie uiteindelijk twee keer bezocht en toen was het weer tijd om te vertrekken.

Savusavu

Dit is een verzamelplaats van cruisers in Fiji en hier liggen dan ook tientallen zeilboten aan moorings. Hier hebben we weer volop contact met andere zeilers zoals de familie op de “Kallisto” en Marilyn en Russ van “Zulu” met wie we een paar uitstapjes doen: een dagje naar Labasa aan de andere kant van het eiland, een dagje met z'n allen op Happy Monster ankeren op een plek waar we kunnen snorkelen en een dagje met de bus over de Hybiscus Highway langs een prachtige kust.

Hier speelt Hans weer regelmatig gitaar voor publiek en onze nieuwe eigen gemaakte Happy Monster song heeft een zeer succesvolle première.

We verblijven bijna drie weken in Savusavu om daarna met de juiste wind en een volgeladen boot te vertrekken naar Tuvalu.

Copyright © 2004-2017 Dory Janssen en Hans van Domselaar