Happy Monster: Sailing Around the WorldHappy Monster Logo
Happy Monster: Sailing Around the World
16 april 2006

Wonen en werken in Suriname

Heerlijke Surinaamse sinaasappels met veel sapNu we bijna drie maanden in Suriname zijn, beginnen we steeds meer een beeld te krijgen van het leven hier. In dit prachtige land met een bijna niet te beschrijven rijke natuur hoeft niemand honger te hebben. Bananen groeien letterlijk langs de kant van de weg en iedereen heeft wel een paar fruitbomen op zijn erf staan. Als je hier een zaadje of een plantje in de grond stopt groeit er al snel iets moois uit. Een ficus die als kamerplant in Nederland niet groter wordt dan een meter, groeit hier binnen een jaar boven je hoofd. Alle bevolkingsgroepen die hier wonen hebben dan ook hun eigen planten meegenomen. Je vindt hier daardoor zo'n enorme variatie aan groente en fruit, dat het bijna onmogelijk is om daar een complete lijst van te maken.

De bevolking

We wisten eigenlijk heel weinig van dit land. Ja, plantages en slaven, dat leerden we vroeger op school. Maar door hier een beetje rond te kijken en wat boeken over de geschiedenis van Suriname te lezen beginnen we het een beetje te snappen.
Oorspronkelijk woonden er in dit gebied indianen totdat de Europeanen roet in het eten gooiden. Hele stammen werden uitgemoord en ook bleek al snel dat de indianen niet geschikt waren om als slaaf te laten werken. Vanaf dat moment begon men negers uit Afrika te verschepen. Een deel van die negers vluchtten later naar het binnenland en worden nu aangeduid met boslandcreolen of bosnegers. Een ander deel van de negers gingen, na de afschaffing van de slavernij, in de stad wonen en worden stadscreolen genoemd. Er zijn hier ook joden naar toe gekomen die een eigen plaats kregen om te wonen, de Jodensavanne.
Nadat de slavernij afgeschaft werd ontstond er een groot tekort aan arbeidskrachten. Nederland kwam met Engeland overeen om hindoestanen uit India te halen en die als contractarbeiders op de plantages te laten werken. Veel van deze hindoestanen stierven door ondervoeding en slechte leefomstandigheden een vroege dood. Engeland protesteerde tegen de manier waarop men hier met deze hindoestanen omging en daarom ging men over tot het ronselen van javanen. En tot op heden worden nog steeds zeer veel chinezen als contractarbeiders binnen gehaald.
Je ontmoet hier dus indianen, boslandcreolen, stadscreolen, joden, hindoestanen, javanen, chinezen, blanken en alle mogelijke mengvormen. Je ziet hier dan ook tempels, kerken, moskeen en synagogen, eventueel zelfs naast elkaar. Een meer kleurrijk land kan je nergens ter wereld vinden.

De taal

Het centrale plein in DomburgAl deze verschillende bevolkingsgroepen spreken, in ieder geval binnen de huiselijke kring, hun eigen taal. De hindoestanen spreken hindi, de javanen javaans, het sarramacaans wordt door de boslandcreolen gesproken en bijna iedereen spreekt wel het meer algemeen gebruikte sranan tongo, ook wel surinaams, negerengels of taki taki genoemd. En natuurlijk leert iedereen op school nog steeds Nederlands. Dit Nederlands verschilt wel enigszins van ons Nederlands. Bijvoorbeeld als we vragen hoe we een specifieke surinaamse groente moeten klaarmaken dan horen we steevast "Je zet een knoflookje, dan zet je een uitje en vervolgens bak je de groente." Er wordt hier dus veel "gezet". Je zet een lepeltje bij de koffie of de serveerster zet nog een biertje. Ook is het hier gebruikelijk dat je zegt "Geef me koffie". Netjes vragen is niet nodig.
Wat direct opvalt is het gebruik van het woordje "toch". Het wordt zeer veel en vaak anders dan wij gewend zijn, gebruikt. Iemand die je voor het eerst ontmoet vertelt bijvoorbeeld: "Toen was ik in Nederland, toch", maar dat betekent niet dat we dat hadden moeten weten.
Ook het woordje "ja" wordt lang niet altijd als bevestiging gebruikt, soms betekent het "wat zeg je" en soms betekent "jaja" gewoon hallo. Veel Surinamers zijn bang voor water en vooral voor de zee. Als je vraagt waarom, kan het antwoord zijn: "Ik weet niet te zwemmen". En zo zijn er nog veel meer woorden en uitdrukkingen die we leren kennen.
Het interieur van Grand Cafe Merci in ParamariboWe hebben een leerboek voor het sranan tongo gekocht en elke ochtend, als we in de bus naar de stad rijden, zien we de vermakelijke gezichten van Surinamers die ons horen ploeteren op de uitspraak van hun taal. Men is over het algemeen heel enthousiast als wij proberen onze eerste woordjes ook daadwerkelijk te gebruiken.

Dagelijkse beslommeringen

Zoals we al schreven zij we drie dagen per week aan het werk. Hans gaat naar Cybermango en Dory naar de SBH-hoorkliniek. Hans heeft het druk met websites en Dory brengt hier de kennis over alles wat met het gehoor en hoortoestellen te maken heeft, op een hoger niveau. Ook het aanmeten van de meest geavanceerde digitale hoortoestellen komt aan bod. Om ongeveer vier uur zitten we, meestal als enige "bakra's", zoals de blanke Nederlanders hier worden genoemd, weer in de bus naar huis. De PDP-bus (Paramaribo-Domburg-Paramaribo) die we nemen is een zogeheten "wilde bus". Dat betekent dat hij geen vaste tijden kent maar pas vertrekt als hij vol is. En vol betekent vol. Elk klapstoeltje dat tussen de rijen stoelen zit is dan bezet. Het is altijd maar te hopen dat we niet op zo'n klapstoeltje moeten zitten want die zijn niet voor ons gewicht en onze lengte gemaakt. Als we na een klein uur weer in Domburg aankomen zijn we blij dat we de benen weer kunnen strekken. Aan het eind van de dag, als de zon reeds achter de horizon is verdwenen zitten we nog even met een borreltje op het voordek. Dit is vaak het mooiste moment van de dag. We realiseren ons dan weer hoe bijzonder het is om hier te zijn. Overdag lijkt alles alweer zo gewoon, maar in dit half uurtje, lekker in de wind op het voordek, kijkend over de Suriname rivier naar het oerwoud aan de overkant, voelt alles heel speciaal.

Weekend

Er varen in Domburg soms hele grote boten langsOp donderdag beginnen er dan vier vrije dagen die we besteden aan het op orde brengen van de boot en het doen van de was en meestal wordt er ook wat geklust. We bezoeken regelmatig Surinaamse kennissen en van sommigen lenen we boeken om meer over Suriname te lezen. Lezen is in het weekend een favoriete bezigheid geworden.
Soms gaan we naar de stad, zodat we weer met opgetrokken benen in een wilde bus zitten. We kopen nieuwe schoenen of kleren, hangmatten om straks tijdens een boottocht naar Donderskamp in te slapen, en verfafbijtspul om oude lak in de kuip te verwijderen.
Eens in de veertien dagen gaan we naar de sauna in hotel Torarica. Voor een uurtje sauna en bubbelbad met daarna een uitgebreide douchebeurt betaal je voor twee personen slechts 28 Surinaamse dollars. Dat is omgerekend ongeveer negen euro. Omdat de douchegelegenheid aan boord beperkt is voelen we ons na zo'n uurtje weer helemaal schoon.

De Dijk

Op enig moment horen we dat De Dijk een gratis concert gaat geven op de pier van hotel Torarica. Samen met Eep van de Eos, een klein zeilbootje van slechts 8,50 meter, trekken we de benen in de bus weer op, zitten we te zweten in de sauna, eten we kibbeling bij restaurant "Het Lekkerbekje", doorstaan we een matig voorprogramma en genieten we van een fantastisch optreden van De Dijk. Het is een puur Hollands onderonsje met tussen alle bakra's slechts enkele Surinamers. Het is fantastisch om te zien hoe die Surinamers kunnen swingen op deze puur Hollandse muziek.

En zo kabbelt ons leven hier voort in afwachting van het vervolg van onze wereldomzeiling.

Copyright © 2004-2017 Dory Janssen en Hans van Domselaar