Happy Monster: Sailing Around the WorldHappy Monster Logo
Happy Monster: Sailing Around the World
4 december 2010

Kiribati

Inchecken

We verlaten Tuvalu en varen zeven dagen totdat we aankomen bij Tarawa, het hoofdeiland van Kiribati. Vaak hebben lagunes een moeilijk te nemen ingang met veel ondieptes maar hier is alles netjes aangegeven met boeien, de vaargeul is breed en zonder moeite komen we bij de plek waar we het anker laten vallen. Ons eigen gemaakt gastenvlaggetje van KiribatiDe wind blaast over de lagune waardoor Happy behoorlijk ligt te wippen op de golven. Via de marifoon hebben we contact met de douane en we krijgen te horen dat we ambtenaren van immigratie, de gezondheidsdienst en de douane moeten ophalen. Dus blazen we onze Mini op en gaat Hans aan wal om deze mensen op te halen. Terug op de boot worden alle papieren in orde gemaakt. Heeft u ook een nill-lijst?, vraagt de douanebeambte. Een wat? Een lijst waarop staat wat we niet aan boord hebben zoals geen wapens, geen huisdieren, geen drugs, geen verstekelingen, enzovoort. We nemen een blank velletje papier en met de instructies van de beambte maken we een mooi lijstje, compleet met handtekening en Happy Monster stempel.

Dory merkt op dat het meisje van de gezondheidsdienst langzaam groen en geel begon te zien. We laten haar snel buiten in de kuip zetten en met enige moeite kan ze haar maaginhoud binnen houden. Gelukkig voor haar waren alle formele zaken afgehandeld zodat we iedereen weer naar de wal konden brengen. De douanebeambte stapte als laatste in ons Minimonster en kwam eerst bijna in het water terecht, ging daarna boven op onze buitenboord motor zitten en nadat hij bij de volgende golf langzaam in Hans zijn armen dreigde te vallen lukte het hem uiteindelijk toch om op de rand van onze Mini te gaan zitten. Na een natte terugreis stond iedereen weer veilig aan wal.

Nationale sportdagen

Vanaf de tribune bij het sportveld in Bairiki mogen we het gadeslaan: met de politiedrumband voorop komen alle sporters van de verschillende eilanden van Kiribati voorbij. Iedere groep in zijn eigen shirtjes, het is een kleurrijk geheel en net als bij de Olympische Spelen wordt elke groep vooraf gegaan door een sporter met een bord met de naam van het eiland. Het duurt eindeloos voordat alle dertig eilanden voorbij zijn. De rolstoelers rollen rollen om het hardstMaar dan worden we verwend met een traditionele dans. De dansers zien er prachtig uit in kleding gemaakt van materialen van de veelzijdige pandanusboom. We waren niet uitgenodigd, maar toch mochten we op de tribune zitten. Het komt door onze huidskleur. Ook al zijn we nog zo bruin, het is natuurlijk duidelijk dat we buitenlanders zijn en daardoor in Kiribati erg welkom. Dat komt waarschijnlijk omdat dit land nog niet wordt overstroomt door toeristen. We krijgen zelfs drankjes en lekkere hapjes aangeboden terwijl de dansers op blote voeten hun beste beentje voorzetten.

Na de dans wordt het sportevenement, dat veertien dagen duurt, officieel geopend met gehandicapten racen. Eerst komen de rolstoelers aan de beurt, minstens vijftien in aantal, allemaal met dezelfde soort rolstoel. Ze zijn opgedeeld in groepjes en worden enorm aangemoedigd, er wordt veel gelachen en de eindstreep wordt heen en weer gelegd al naar gelang de prestaties van de groep. Daarna rennen de blinden een stukje, gelukkig begeleid door een niet gehandicapte. Het is een feest voor iedereen, winnaar of verliezer.

Voordat alle toespraken komen vertrekken we zodat we voor het donker wordt weer op de boot zijn. Voor tachtig Australische dollarcent nemen het busjes terug naar Betio, waar onze Mini braaf op ons ligt te wachten. We tuffen over een onrustige ankerplek weer terug naar een heftig wippende Happy en na een film te hebben gekeken op de laptop worden we stevig in slaap geschommeld.

Op visite bij de politie

De ankerplek bij Betio is zo onrustig dat we besluiten om snel ergens anders naartoe te varen. Bij immigratie melden we dat we naar het atol Abaiang willen zeilen en zij geven ons een brief mee waarin staat dat we een week op Abaiang mogen blijven. Zodra we daar aankomen moeten we de brief bij de politie afgeven. We varen een dagje en komen bij het paradijselijke atol aan. Veel ongerepte natuur en een lelijke antennemast bepalen de aanblik van het eiland. Bij die lelijke mast laten we ons anker vallen en de volgende dag gaan we aan wal, op zoek naar het politiebureau. Onze politieman als gidsDan blijkt dat er helemaal geen politiebureau is en we worden naar het huis van een politieman doorverwezen. Met een slaperig hoofd komt de man uit zijn huis, doet gauw een doek om zijn middel en nodigt ons uit om op een verhoogd plateau voor het huis plaats te nemen. Het was ons al eerder opgevallen dat veel huizen zo'n plateau hebben waarop vaak mensen op het heetst van de dag liggen te rusten. Het dak boven het plateau geeft voldoende schaduw en het is er een stuk koeler dan in de brandende zon. De politieman bekijkt enige tijd de brief, aan zijn uitspraak te oordelen is engels niet zijn sterkste kant, en pikt onze namen eruit. Verder zal het hem worst zijn, we kunnen zolang blijven als we maar willen. Hij wil ons zijn dorp laten zien. Hij trekt zijn politiekleding aan en we wandelen door het kleine dorp. Er is een nieuw gebouw voor de 'council' en het heeft een ziekenhuis met open huisjes waar zo te zien op dit moment niemand verblijft. De traditionele huizen in het dorp zijn gemaakt van de pandanusboom, een inheemse boom waarvan bijna alle onderdelen worden gebruikt. De bladeren worden gedroogd en gebruikt voor daken en afscheidingen. Van de stammen maakt men palen en latjes en de vruchten worden als een soort lolly gegeten. Kinderen maar ook volwassenen kauwen erop. We hebben het ook geprobeerd maar het is taai en minder zoet dan dat het eruit ziet. De politieman geniet zichtbaar van zijn rol als gids en nadat we bij zijn huis een kokosnoot hebben leeggedronken biedt hij aan om ons morgen naar Tabwiroa te brengen. Wij weten niet precies wat dat is maar we kunnen er misschien wel internetten, of toch niet? We kunnen zijn engels soms erg slecht verstaan en we zien wel wat we morgen zullen beleven.

Naar school

Tabwiroa blijkt geen dorp te zijn maar een school die in Kiribati hoog staat aangeschreven. Elk jaar gaan er studenten van deze katholieke school naar de universiteiten van Fiji, Australië en Nieuw Zeeland. “Onze” agent stelt ons voor aan het hoofd van de school en die blijkt verrassend goed engels te spreken. Hij is oorspronkelijk van Kiribati en heeft de hele wereld rond gereisd op grote containerschepen. De ingang van de school TabwiroaWe zijn erg welkom op de school en de volgende dag wordt er zelfs een welkomstfeest met eten en dans voor ons en nog een paar bezoekers geregeld. We tonen op het feest een korte diavoorstelling over onze reis. Aangezien de kinderen hier alleen maar platte atols kennen klinkt er geregeld 'oohhh' en 'aahhh' als de dia's over Europa voorbij komen. Later op de avond worden we vereerd met een kroningsdans waarbij een groep kinderen al dansend een bloemenkrans op onze hoofden plaatsen. Aan het eind van de avond gaat de “boenke boenke” muziek aan en er wordt ook van ons verwacht dat we dansen. Het is een waar feest en zelfs Hans laat zich verleiden tot de danskunst.

De dagen hierna bezoeken we de school regelmatig en zijn verbaasd over hoe ongeorganiseerd alles is. De leerlingen hebben geen eigen boeken. Je ziet zelden een klaslokaal vol met braaf luisterende leerlingen. Op welk uur wij ook aan wal komen, we zien altijd overal kinderen rondlopen. Als je een afspraak maakt dan houdt niemand zich daaraan, ook de leraren niet.

De gastvrijheid is overweldigend, als we toevallig rond het middaguur rondlopen worden we altijd uitgenodigd door de nonnen voor een lunch.

Afwasteiltjes

Nog nooit in ons leven hebben wij zoveel afwasteiltjes bij elkaar gezien. Ze staan allemaal uitgestald en gevuld met voedsel op een lage lange tafel in de enorme maneaba waar we zitten. We hebben die ochtend een flinke wandeling gemaakt en zijn aangekomen in het dorp Koinawa. Het eten wordt geserveerd in heel veel afwasteiltjesDaar is vandaag een feest van de katholieke kerk. Er wordt geld ingezameld door de vrouwen van de kerk en de mensen uit alle dorpen van alle eilanden van Abaiang zijn uitgenodigd. Iedere gemeenschap moest negen teiltjes met eten meenemen, zo ook de zusters van de school Tabwiroa. Er zijn minstens tien groepen en dus tellen we minstens negentig teiltjes. We doen ons te goed aan kip, vis, tarot, rijst, noedels en nog veel meer en we krijgen drinken dat uit emmers wordt geschept. Het is altijd een gok hoe het smaakt, meestal is het een zoet drankje met kokosnotensap en milo, een soort chocolademelk dat steevast veel te veel wordt verdund. Alleen heel in de verte proef je nog iets van chocolade.

Soms zie je ook toddie, een zoet extract dat wordt opgevangen uit de bloem van een kokospalm. In een insnede in het hart van de palm wordt een blad gestoken. Het andere eind van dat blad steekt men in een fles dat met een touwtje aan de boom wordt gehangen. Binnen vierentwintig uur wordt zo een halve liter opgevangen. Verdund met water krijg je een lekker zoet drankje. Men kan het extract ook laten fermenteren zodat een alcoholische drank ontstaat wat overigens niet op dergelijke feesten wordt geschonken.

Na de maaltijd komen de resultaten van huisvlijt op tafel. Manden, kleden, waaiers en dergelijke worden voor een zacht prijsje aangeboden en de opbrengst gaat naar de kerk. We kopen voor tien dollar een kleed dat is geweven van pandanusbladeren. Er is een week aan gewerkt.

Na dit meer officiele gedeelte gaat de muziek aan en wordt er door iedereen gedanst. Net als dat iedereen hier goed kan zingen, kan ook bijna iedereen fantastisch dansen. Maar het gaat er niet om hoe goed je kan dansen, het gaat erom hoe je al dansend gek kan doen. Nou, daar is Hans erg goed in, hij krijgt de menigte aan het lachen en krijgt volop applaus voor zijn capriolen op de dansvloer.

Pandanusvrucht die als lollies gegeten wordtAl met al hebben we een geweldig feest, en het lange zitten op een betonnen vloer was de moeite waard. Morgen belonen we onze billen weer met zachte kussens.

Vertrekken

We brengen alles in gereedheid om terug te varen naar Tarawa waar we uitklaren om door te varen naar de Marshall eilanden. We nemen twee studenten mee die navigatie studeren en met de dagtocht van Abaiang naar Tarawa beleven ze een bijzondere dag. Ze staan allebei een tijdje achter het roer, ze leren knopen leggen en kunnen voor het eerst de theorie over de GPS in de praktijk meemaken.

Kiribati was voor ons een fantastische ervaring en we hopen er ooit weer terug te komen.

Copyright © 2004-2017 Dory Janssen en Hans van Domselaar